Radio 5
oba live

Theodor en Multatuli

Wie deel 9 van het Volledig Werk van Multatuli bezit (Van Oorschot, 1956) treft daarin ‘Een voorbericht’ aan van G. Stuiveling, destijds de voorzitter van het Multatuli Genootschap. Stuiveling bedankt daarin mijn vader met de woorden:”Veel dank ben ik voorts verschuldigd aan Mr. P.Th. Holman, oud-assistent-resident, die de moeilijke vertaling van de Maleise stukken uit de periode Lebak heeft willen verzorgen.”

Ik schrijf dit niet zonder enige trots, want mijn vader heeft Multatuli mooi vertaald. Maar dit citaat is ook een bewijs van de rol die Multatuli in ons gezin en in onze opvoeding speelde. (meer lezen…)

Theodor Holman - april 8, 2010
Hoort bij: Boeken, De favorieten
Tags:

Theodor Holman over Bart Tromp (1944 - 2007)

Ik mocht Bart Tromp graag. Hij was een paar jaar eerder columnist geworden bij het Parool dan ik. We zagen elkaar op feesten en vergaderingen. En het was altijd een intellectueel feest wanneer je met hem sprak. Bart mocht ik een keer toespreken en toen zei ik onder meer:”Eigenlijk is hij een vervelende columnist. Ik lees nu al zo’n 25 jaar zijn columns - en je kan Bart nu nooit eens op een leugen betrappen, dat is één, en hij heeft altijd gelijk. Dat is twee. Dat zijn in feite nou precies de verkeerde eigenschappen voor een columnist. Nooit eens liegen, en altijd de waarheid vertellen. (meer lezen…)

Theodor Holman - december 15, 2009
Hoort bij: Boeken, De favorieten, Nieuws
Tags:

Theodor’s keuze uit Reve’s vroege werk

In 1958 houdt Gerard Reve een interview met zichzelf.

Hij doet dat onder de naam R.J. Gorré Mooses. Wie dat interview leest - gepubliceerd in Tien Vrolijke Verhalen - komt eigenlijk heel veel te weten over hoe Reve schrijft. “Een verhaal van zeg veertig pagina’s, dat betekent voor mij minstens vierhonderd pagina’s schrijven, doorhalen, wegsmijten, enzovoorts. Er schijnt een geheimzinnige macht te zijn die mij belet het werk terstond op de juiste wijze aan te pakken.(..) (meer lezen…)

Theodor Holman - november 12, 2009
Hoort bij: Boeken, Nieuws
Tags:

Herinnering van Theodor Holman aan Bert Haanstra

In 1958 was ik vier jaar. Ik kon niet lezen. Mijn ouders wel. Zij kochten ook boeken. Acht jaar later kon ik wel lezen. Ik ontdekte een boek met leuke plaatjes dat in 1958 was verschenen. Het heette ‘Fanfare’. De auteur was Jan Blokker. Het was een boek dat mijn ouders hadden gekocht. En zo kwam het dat ik het boekje Fanfare eerder kende dan de film van Bert Haanstra. (meer lezen…)

Theodor Holman - september 11, 2009
Hoort bij: Films
Tags:

De journalistiek en de bijenkoningin door Theodor Holman

Ter discussie:
Een tijdje geleden schreef ik in Het Parool over de oorlog in Gaza.
Omdat ik precies wilde weten hoe het historisch in elkaar zat, belde ik een collega journalist. Hij legde het mij uit. Vervolgens wilde ik weten hoe de politieke situatie in Israël was, want er kwamen verkiezingen aan en ik wist eigenlijk niet ‘hoe de hazen liepen.’ Hij gaf mij het telefoonnummer van weer een andere collega. Aan het eind van de middag voelde ik mij goed geïnformeerd.
En opeens besefte ik iets…

(meer lezen…)

Theodor Holman - maart 18, 2009
Hoort bij: Nieuws
Tags:

En toch..

3.1.3.
EN TOCH…

En toch…
(Dat zijn twee woorden die ik vaak gebruik wanneer ik het over Sartre heb.)
En toch vind ik het ‘ergens’ mooi dat hij zijn leerlingen meenam naar het bordeel.
Dat tegendraadse, dat groffe, dat laat-iedereen-de-kolere-krijgen, het aan alles lak hebben - dat bewonder ik in Sartre.
Hij heeft zich nooit geschaamd om gepassioneerd domme dingen te doen.
En ik bewonderde - zeker vroeger - zijn vermogen om indruk te maken op vrouwen.
Annie Cohen Solal had dat snel door.

(meer lezen…)

Theodor Holman - februari 6, 2009
Hoort bij: Over Sartre
Tags:, , ,

En toch..2

3.2.1

DE PSYCHOTHERAPEUTICUS

Sartre, zo blijkt uit vele interviews met hem (waaronder een met Simone de Beauvoir waarover ik later nog kom te spreken) hield van vrouwen, soms op een obsessionele manier. Hij wilde ze, zegt hij zelf ergens, liever verleiden dan met ze naar bed.
Nogmaals: Sartre wilde ze in zijn macht hebben. Hij wilde ze ontleden en weer in elkaar zetten. En daartoe geloofde hij in de psychotherapie.
In het prachtige boek van Hazel Rowley - Tête-á- tête: The Tumultous Lives & Loves of Simone de Beauvoir and Jean Paul Sartre ( 2005)- een biografie over hun verhouding en niet zozeer een biografie over Sartre of Simone - staat hoe Sartre en zijn vrienden Freud lazen en daar datgene uitpikten wat ze konden gebruiken. Met andere woorden: ze vonden niet alles van de oude Weense Zielzoeker goed. Sartre had al snel een voorkeur voor de psychoanalyse, de onbewuste drijfveren van de mens. Had je die drijfveren te pakken, dan kon ze ook sturen.

(meer lezen…)

Theodor Holman - februari 6, 2009
Hoort bij: Over Sartre
Tags:, ,

Meer over Sartre

3.1.
EEN FRAGMENT UIT MIJN INTERVIEW MET ANNIE COHEN SOLAL. (1)

Ik vertelde haar dus dat Sartre mij had geshockeerd. Annie knikte: ‘’Sartre hield ervan om mensen te shockeren. Daarom vind ik het leuk dat jij vertelt, dat hij jou ook schokte. Toen hij in de jaren dertig leraar was, moest hij eens, als jongste leraar, een toespraak houden voor kandidaten die hun eindexamen hadden gehaald. Dat was daar traditie. Sartre was toen zesentwintig jaar oud. Alle plaatselijke beroemdheden waren bij die toespraak aanwezig. Het was de gewoonte om in dit toch enigszins behoudende milieu een traditionele rede te houden. Maar wat doet Sartre? In plaats van zich tot alle hoogwaardige gasten te richten, begint hij met: ‘’Beste kinderen…’’ en vervolgens vertelt hij hoe prettig het is dat ze nu niet meer op die stomvervelende school hoeven te zitten. en dat ze vakantie krijgen en hij raadde ze aan om toch maar vooral naar de film te gaan. Daar kon je tenminste nog wat van leren. De film was in die jaren nog zeer onconventioneel. Je begrijpt wat er gebeurde: de ouders van de leerlingen waren woedend! In het jaar daarop mocht hij natuurlijk die toespraak niet houden, maar wat deed hij? Om het examen van zijn leerlingen te vieren, nam hij zijn studenten mee naar een bordeel. Daar werd hij, evenals z’n leerlingen, zo ongelooflijk dronken dat twee vrienden hem naar huis hebben moeten dragen waar hij de boel onderkotste. Maar dat is nog niet alles. Hij adviseerde zijn leerlingen bijvoorbeeld om aan boksen te doen, en weet je wat hij ook deed: hij nam ze mee naar het strand en zong daar pornografische liederen voor ze. Hij was, toen al een zeer onconventionele, tegendraadse leraar, maar dat was zijn manier om te onderwijzen: door te shockeren. Misschien, het zou me niets verwonderen, heeft hij, door jou te shockeren, jou ook iets geleerd en jou ook veranderd. Hij brak altijd de regels, en dat heeft hij bij jou ook gedaan.’’

3.1.2
TERUGBLIK

Nu, al die jaren later, kijk ik hier anders op terug.
Met minder bewondering.
Wat leer je nu eigenlijk door je leerlingen mee te nemen naar een bordeel?
Dat een bezoekje aan de hoeren een goed idee is om je eindexamen te vieren?
Ach…
Sartre was jong - niet veel ouder dan zijn leerlingen. Hij kwam net van de universiteit waar hij eigenlijk niet weg wilde. Zijn gedrag was nog tamelijk studentikoos. En… hij vond het altijd fijn wanneer hij bewonderd werd. (Dat heeft Sartre zijn hele leven gehad.) Hij wilde - als klein kereltje - altijd indrukwekkend zijn. De eerste. De beste. De slimste. De grofste. Later in zijn leven besefte hij dat goed - zeker als je ‘De woorden’ leest.
Blijkbaar was Sartre niet in staat om indruk te maken met de stof die aanleerde of met zijn didactische gaven; hij moest indruk maken door een met de anderen te zijn.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik als jonge leraar (ik was 23 toen ik voor het eerst voor klas stond) daartoe met grote regelmaat ook mijn toevlucht zocht.
Annie Cohen Solal vroeg zich af of ik misschien ook iets van de ontmoeting met hem had geleerd?
Ja, dat heb ik.
Ik bewonderde Sartre mateloos. En eigenlijk voelde ik me daar destijds in La Coupole erg ongemakkelijk. Zijn desinteresse in mij riep niet het vrolijkste in mij wakker. Sartre deed eigenlijk niets om aardig tegen mij te zijn. Integendeel, hij ervaardde mij als hinderlijk, wat ik me nu trouwens best kan voorstellen. Wanneer ik tegenwoordig door een jeugdig iemand wordt geïnterviewd die een boek van mij mooi vindt en ik merk dat hij nerveus is, om welke reden dan ook, dan zorg ik dat hij of zij zich zo snel mogelijk ontspant.
Ik denk daarbij heel vaak: ik wil niet dat hij of zij zich net zo voelt als ik destijds bij Sartre.

Theodor Holman - februari 5, 2009
Hoort bij: Over Sartre
Tags:, , ,

De Ontmoeting

MIJN ONTMOETING MET SARTRE

In 1970 ontmoette ik Sartre in café ‘La Coupole.’ Ik was toen zeventien jaar. Sartre was vijfenzestig. Het existentialisme was toen al lang niet meer in de mode. Maar bij ons, middelbare scholieren, nog wel.
Over die ontmoeting heb ik uitgebreid geschreven in mijn boekje ‘Niet God, maar mijn oom Koen.’ (Uitgegeven bij Mets en Schild.)
Ik wilde, zo had ik besloten, Sartre ontmoeten en dat was gelukt.
Toen ik hem sprak was hij in gezelschap van een prachtige dame die, zo hoorde ik vele jaren later, zelfmoord zou plegen.
‘’Waarover wilt u mij spreken?’’ vroeg Sartre. Hij was niet geïnteresseerd in mij. Ik heb later eveneens begrepen dat er elke dag studenten naar hem toe kwam, uit de hele wereld, om even met hem te praten.
Ik was per ongeluk al mijn vragen vergeten. En ik zweeg dus, waarvoor ik me nu nog schaam. De mooie blonde dame hielp me en vroeg wat over Amsterdam.
Plotseling, nadat enkele keren het woord ‘Amsterdam’ was gevallen, zei Sartre: ‘’Ja, Amsterdam… ik was daar in 1963. Ik heb toen gesproken met Jacques de Kadt. Aardige man. Maar ik werd ziek. Ik ben toen naar een dokter in de hoerenbuurt gegaan en die ontdekte dat ik geslachtsziekte had.’’
Meer vertelde Sartre niet aan mij.
Dat hoefde ook niet.
Het woord ‘geslachtsziekte’ bleef maar in mijn hoofd rondstuiteren.
Ik was geschokt.
Dit verhaal vertelde ik aan Sartrebiografe Annie Cohen Solal in januari 1988.

Theodor Holman - februari 3, 2009
Hoort bij: Over Sartre
Tags:, ,

Encore Sartre

2. DE FILOSOFISCHE INVLOED VAN SARTRE

Uit welk boek, of uit welke boeken haal je je levensbeschouwing?
Ik weet dat niet, maar in ieder geval niet uit de boeken die ik goed vind.
Wat is de levensbeschouwing van Kuifje, van Pietje Bell, van Olivier Bommel, van Gerard Reve? Met veel moeite zou ik er achter kunnen komen, om vervolgens vast te stellen, dat zij niet denken zoals ik. En toch lees en herlees ik ze.
Zelf mag ik, in bepaalde kringen, graag opscheppen dat Sartre mijn levensbeschouwing heeft beïnvloed.
‘’Sommige boeken lijken je iets te vertellen wat je al wist zonder het te weten,’’ schrijft Connie Palmen in een essay over Sartre. Nou is zij filosoof en ik niet, en ik vind ook dat het erg diep en wijs klinkt wat ze zegt, maar ik begrijp er niets van. Hoe kan je iets weten zonder het te weten. Ik kan dat niet, maar Connie Palmen wel, die kende dus het hele existentialisme al, nog voordat ze ook maar één letter van Sartre had gelezen, alleen wist ze dat niet. Wat een knap meisje.

(meer lezen…)

Theodor Holman - januari 24, 2009
Hoort bij: Films, Over Sartre
Tags:,